top of page

Wat vertelt het lichaam mij bij een kind met faalangst?

"Ik ga niet naar voetbal vandaag!"


Je kind kijkt naar de grond. De training waar het vorige week nog enthousiast over was, lijkt ineens een enorme berg. Jij snapt niet waar dit ineens vandaan komt, maar probeert te helpen.


"Maar je vindt het toch leuk?"

"Je kunt het toch?"

"Je hebt dit al zo vaak gedaan."


Toch lijkt niets te helpen.

Of misschien herken je een andere situatie. Een spreekbeurt die al weken geoefend is, maar waar je kind de avond ervoor buikpijn van krijgt. Een rekensom die direct wordt weggegumd zodra er een foutje wordt gemaakt. Een bouwwerk wat boos weggeduwd wordt als er iets vanaf breekt. Een nieuwe activiteit die je kind dolgraag wil doen, maar uiteindelijk toch niet durft.


Als ouder zie je dat je kind veel meer kan dan het zelf denkt. En dat kan ontzettend frustrerend en verdrietig zijn.


Faalangst bij kinderen gaat vaak niet over kunnen

Bij faalangst denken we al snel dat een kind bang is om iets niet goed te doen.

Maar vaak gaat het niet over de activiteit zelf.

Een kind met faalangst is meestal niet bang voor de spreekbeurt, de toets of de training. Het is bang voor wat er volgens hem of haar kan gebeuren als het misgaat.

Misschien denkt het kind:

  • Straks lachen ze me uit.

  • Straks stel ik iemand teleur.

  • Straks ben ik niet goed genoeg.

  • Straks denken anderen dat ik dom ben.


Onder faalangst zitten vaak diepere angsten verborgen.

Soms ontstaan die na een vervelende ervaring. Een spreekbeurt die niet fijn verliep. Een opmerking van een klasgenoot. Een keer uitgelachen worden.

Soms ontstaat het doordat een kind zichzelf voortdurend vergelijkt met anderen. Een oudere broer of zus die alles makkelijk lijkt te kunnen. Vriendjes die sneller, slimmer of handiger lijken.

En soms ervaart een kind veel druk. Van buitenaf, bijvoorbeeld onbedoelt vanuit ouders. Maar vaak ook vanuit zichzelf, door een lat die veel te hoog ligt.


Wat vertelt het lichaam?

Wat mij opvalt, is dat we bij faalangst vaak veel aandacht geven aan wat een kind denkt.

Maar het lichaam vertelt minstens zoveel.

Kinderen kunnen vaak nog niet precies uitleggen wat er van binnen gebeurt, maar hun lichaam laat het wel zien.


Kijk maar eens goed naar je kind, wat zijn/haar lichaam laat zien op zo'n moment. Misschien zie je wel één van deze signalen:

  • Gespannen schouders

  • Een snelle ademhaling

  • Klagen over buikpijn

  • Klagen over hoofdpijn

  • Onrustig bewegen, veel wiebelen

  • Grote ogen

  • Verstijven

  • Snel boos worden

  • Vermijden van spannende situaties


Het lichaam verkeert op zo'n moment in een stress stand. Het maakt zich klaar voor gevaar.

En hoewel er geen echt gevaar is, ervaart het lichaam dat wel zo.

Dat betekent dat een kind niet alleen denkt dat hij/zij iets niet kan, maar dit ook echt zo voelt.


Waarom praten soms niet genoeg is

Natuurlijk is het belangrijk om met kinderen te praten over gevoelens en gedachten.

Maar sommige kinderen blijven hangen in hun hoofd. Ze weten rationeel best dat een fout maken niet erg is. Ze weten dat papa en mama niet boos worden. Ze weten dat een fout niet betekent dat ze hebben gefaald. En toch blijft de spanning aanwezig.

Dat komt omdat faalangst niet alleen in gedachten zit. Het zit ook opgeslagen in het lichaam. Daarom vind ik het belangrijk om niet alleen te praten, maar ook te ervaren.

kind, spelen, faalangst, bal, ervaren, gespannen, onrustig, spannende situaties, snelle ademhaling

Waarom bewegen zo krachtig kan zijn

Bewegen helpt kinderen om uit hun hoofd en terug in hun lichaam te komen. Tijdens een bewegingsopdracht gebeurt er vaak iets bijzonders. Een kind dat zegt: "Dat kan ik niet." probeert het toch. Misschien gaat het even fout, maar vaak proberen ze het toch opnieuw. En dan ontdekken ze vervolgens dat ze het best kunnen.


Niet omdat iemand het vertelde. Maar omdat ze het zelf hebben ervaren. En juist daarna met het kind bespreken wat ze hebben gevoeld voor, tijdens en na de bewegingsopdracht, leert kinderen vertrouwen in zichzelf. Ze leren signalen oppikken van hun lichaam, waar ze later iets mee kunnen. Zelfvertrouwen groeit niet door horen dat je iets kunt. Zelfvertrouwen groeit door ervaren dat je iets kunt.


Via beweging kunnen kinderen oefenen met:

  • Fouten maken

  • Opnieuw proberen

  • Omgaan met spanning

  • Vertrouwen op hun lichaam

  • Succeservaringen opdoen

Op een speelse en veilige manier.


Welke overtuigingen spelen mee?

Achter faalangst zitten vaak overtuigingen die een kind onbewust over zichzelf heeft ontwikkeld.

Bijvoorbeeld:

  • Ik moet het meteen goed doen.

  • Fouten maken is slecht.

  • Anderen zijn beter dan ik.

  • Ik mag niemand teleurstellen.

  • Ik ben pas goed genoeg als ik succesvol ben.

Deze overtuigingen kunnen behoorlijk hardnekkig zijn.

Door spel, beweging, gesprek en creatieve werkvormen ontdekken we samen welke overtuigingen een rol spelen.

Pas als we begrijpen wat er onder de angst zit, ontstaat er ruimte voor verandering.


Wat heeft een kind nodig om zich veilig te voelen?

Een kind met faalangst heeft meestal niet meer druk of uitleg nodig. Ze hebben behoefte aan veiligheid. De veiligheid om te ontdekken dat ze fouten mogen maken. Dat iets niet perfect hoeft te zijn en dat ze gewaardeerd worden om wie ze zijn.

Maar ook hebben ze er behoefte aan om te ervaren dat spanning er mag zijn. Als ouders zijn we geneigd om zo veel mogelijk spanning voor onze kinderen weg te nemen. Maar tegelijkertijd kunnen kinderen ook enorm groeien door spanning te overwinnen.

Wanneer een kind zich veilig voelt, ontstaat er ruimte om nieuwe ervaringen op te doen.

En juist die positieve ervaringen helpen om het vertrouwen langzaam weer op te bouwen.


Hoe ik werk

In mijn begeleiding kijk ik niet alleen naar het gedrag dat zichtbaar is.

Ik kijk juist naar het hele kind.

Welke signalen geeft het lichaam? Waar zit spanning? Welke gedachten en overtuigingen spelen mee? Wat probeert dit gedrag eigenlijk te vertellen?


Met een combinatie van gesprek, spel, lichaamsgerichte oefeningen en beweging help ik kinderen om weer contact te maken met hun eigen kracht.

Niet door ze te leren dat ze nergens bang voor hoeven te zijn. Maar door ze te laten ervaren dat ze moeilijke dingen aankunnen. Dat ze mogen groeien en fouten mogen maken. En bovenal dat ze perfect zijn zoals ze zijn.

Want achter faalangst zie ik vaak geen kind dat te weinig kan.

Ik zie meestal een kind dat vergeten is hoeveel het eigenlijk al in zich heeft.

 
 
 

Opmerkingen


© 2026, Cristel den Otter

bottom of page