Grenzen aangeven bij kinderen
- Cristel den Otter

- 2 jun
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 3 jun

Soms laten kinderen ons precies zien waar ze in hun ontwikkeling staan, zonder dat ze er één woord voor hoeven te gebruiken. Onlangs gebeurde dit bij mijn eigen zoon.
Hij was jarig en ging met zijn klas naar een theatervoorstelling. Het verhaal ging over een muis die jarig was geweest. Uit enthousiasme riep hij dat hij die dag jarig was. De vrouw die de voorstelling verzorgde, haalde hem spontaan het podium op. Ze wilde dat de hele groep voor hem zou zingen en vroeg hem om af te tellen.
Ik kreeg hiervan later een filmpje doorgestuurd van een goede vriendin die er toevallig bij was. En vanaf de eerste seconde voelde ik het: zijn ongemak. Zijn lichaam vertelde alles.
Hij mompelde iets, op het filmpje nauwelijks te verstaan, waarop de vrouw reageerde met: “Ooh, je wil het niet.” En toen gebeurde er iets kleins, maar groots: Hij draaide zijn lichaam subtiel weg, zijn blik naar beneden, zijn schouders iets naar binnen. Zij zag het. En zei: “Je gaat liever zitten, dat mag ook.”
Op dat moment voelde ik een enorme trots. Niet omdat hij op het podium stond. Maar omdat hij, midden in een volle zaal, midden in een situatie die hij niet zelf gekozen had, toch zijn grens aangaf. Zonder woorden. Maar duidelijk genoeg.
Waarom dit zo herkenbaar is voor veel kinderen
Veel kinderen vinden het moeilijk om grenzen aan te geven. Niet omdat ze het niet willen, maar omdat:
Ze anderen niet willen teleurstellen
Ze bang zijn dat iemand boos wordt
Ze niet goed weten wat ze voelen
Ze het spannend vinden om iets hardop te zeggen
Ze denken dat ze moeten doen wat er van hen verwacht wordt
En soms gaat het zo snel dat woorden er niet eens aan te pas komen. Dan spreekt het lichaam. Een kind dat wegkijkt. Een kind dat verstijft. Een kind dat lacht terwijl het eigenlijk niet wil. Een kind dat meebeweegt, maar vanbinnen blokkeert. Dat zijn ook grenzen.
Een kind grenzen leren aangeven
In mijn praktijk werk ik veel met kinderen die het lastig vinden om hun grenzen te voelen of uit te spreken. Daardoor gaan er regelmatig mensen over hun grenzen heen. Op die manier raakt het emmertje van je kind steeds wat verder vol. En zie je op termijn waarschijnlijk ook ander gedrag naar boven komen, zoals boosheid of terugtrekken. In de praktijk oefen ik regelmatig met kinderen het leren aangeven van hun grenzen op een speelse en veilige manier. Hoe doen we dat dan?
We leren het herkennen van onze eigen lichaamssignalen. Hoe voel ik mij als ik iets spannend vindt, maar het wel graag wil proberen. En hoe voelt een duidelijke 'nee'?
Het non-verbaal aangeven van grenzen. Middels je houding, je blik, de afstand die je neemt, handgebaren die je kan toepassen.
Het verwoorden van grenzen. In kleine haalbare stapjes.
Het opbouwen van zelfvertrouwen, zodat een kind durft te kiezen voor wat goed voelt. En dit ook aan een ander kenbaar durft te maken.
Het omgaan met spanning in sociale situaties. Want grenzen aangeven lukt pas als het zenuwstelsel rustig genoeg is.
We oefenen dit niet alleen in woorden, maar vooral in doen, ervaren, spelen, voelen. En ouders zijn daar altijd een belangrijk onderdeel van.
Waarom dit verhaal belangrijk is voor ouders
Omdat je als ouder soms twijfelt:
“Is dit nou iets om me zorgen over te maken?”
“Had hij niet gewoon moeten meedoen?”
“Waarom zegt ze niets als ze iets niet wil?”
Maar dit verhaal laat zien: Kinderen geven hun grenzen vaak veel duidelijker aan dan wij denken. Alleen doen ze dat niet altijd met woorden.
En als een kind dat wel durft, op zijn eigen manier, in zijn eigen tempo, dan is dat iets om trots op te zijn.
Tot slot
Grenzen aangeven is geen trucje. Het is een vaardigheid die groeit wanneer een kind zich veilig voelt, zichzelf leert kennen en merkt dat zijn ‘nee’ net zo waardevol is als zijn ‘ja’.
En soms begint dat met iets heel kleins. Een blik. Een draai van het lichaam. Een fluisterzacht signaal dat zegt: “Dit wil ik niet.”
En dat is genoeg.


Opmerkingen