Wat als je kind het goed doet op school, maar thuis elke dag ontploft of instort?
Nu de scholen weer gestart zijn, duurt het meestal niet lang voor de oudergesprekken eraan komen. Misschien heb jij als ouder zelfs al wel een beetje het idee wat de leerkracht je gaat vertellen, omdat dit elk jaar zo is in het eerste gesprek.
"Het gaat eigenlijk hartstikke goed."
Nou, dat is mooi, zou je denken. Je kind doet goed mee, luistert, is behulpzaam en gedraagt zich netjes in de klas. En jij hoort dit aan met een dubbel gevoel. Want tsjah, thuis is het elke dag een ander verhaal. Je kind komt moe thuis, wordt snel boos of verdrietig en ontploft regelmatig.
Misschien zie je wel dat je kind heel erg bezig is met de mening van anderen, of veel bevestiging nodig heeft.
Ligt dit dan aan jullie? Doen jullie iets verkeerd thuis? Nee, zeker niet. Thuis is de veilige haven van jouw kind. Daar kan jouw kind zich ontladen en hoeft hij/zij zich niet in te houden. Dus komt alles eruit wat ze opgespaard hebben. Overprikkeling, ingehouden emoties, vermoeidheid, spanning van school of opvang. Jij bent zo vertrouwt dat je kind zijn/haar echte zelf durft te laten zien. Hoe lastig het ook is, je kan het zien als een compliment.

Maar daarnaast is het ook belangrijk om dit gedrag serieus te nemen. Zie het als een vorm van communicatie, waarmee jouw kind duidelijk probeert te maken dat het te veel is geweest. En ja, dat is het voor ons allemaal wel eens. Dus als dit een keertje voorkomt, is het niet zo erg. Maar als dit vrijwel dagelijks is, dan is het goed om dit mee te nemen naar het oudergesprek. Om dit bespreekbaar te maken met de juf en om samen te zoeken hoe dit anders kan.
Wat bespreek je tijdens een oudergesprek als je kind thuis ontploft?
Je hoeft niet tegenover de leerkracht te gaan zitten met het idee dat hij/zij jouw kind verkeerd ziet. Want dat hoeft helemaal niet zo te zijn, het kan namelijk allebei waar zijn. De leerkracht ziet een kind dat goed meedoet, rustig is, behulpzaam en misschien zelfs heel zelfstandig. Jij ziet een kind dat na school uitgeput thuiskomt, snel boos wordt, verdrietig is of op zoek is naar heel veel bevestiging. In plaats van te zoeken naar wie er gelijk heeft, kun je samen nieuwsgierig worden naar het verschil.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen:
“Fijn om te horen dat het zo goed gaat op school. Tegelijkertijd merken wij thuis dat hij na school heel veel spanning lijkt te hebben en regelmatig ontploft. Herken je daar overdag iets van?”
Of:
“Je vertelt dat ze heel goed meedoet in de klas. Wij merken thuis dat ze erg bang is om fouten te maken. Zie je dat op school ook?”
Dit soort vragen geven de leerkracht informatie die hij of zij misschien helemaal niet heeft. Want een kind wat zich de hele dag inhoudt, laat vaak niet aan de leerkracht zien wat er eigenlijk allemaal speelt. Mogelijk kan je dan samen komen tot ideeen waarom je kind zich zo in aan het houden is. Voelt je kind zich misschien nog niet op zijn gemak in de nieuwe klas? Is je kind heel bang om fouten te maken? Heeft je kind veel last van alle prikkels gedurende de dag? Is je kind vooral bezig met wat anderen vinden? Vind je kind het moeilijk om hulp te vragen?
Kijk ook naar het lichaam
Vaak hebben kinderen zelf niet goed in de gaten wat er nou gebeurt, waardoor ze zo reageren. Je kan dit zeker proberen te bespreken met je kind, maar soms kom je verder door zelf en samen met de juf het gedrag van je kind goed te observeren. Misschien kan je het achterhalen door de lichaamssignalen van je kind. Een hoge of snelle ademhaling, veel gewiebel, grote ogen, gespannen spieren, zich terugtrekken. Het zijn allemaal lichaamssignalen die iets kunnen vertellen over hoe een kind zich voelt.
Als je samen ontdekt wat er onder het gedrag ligt, dan kun je ook samen stappen zetten om te zoeken naar een oplossing. Soms hoeft dat namelijk helemaal niet zo ingewikkeld te zijn. Een simpele oplossing kan soms grote veranderingen geven. Zoals bijvoorbeeld een andere plek in de klas, bijvoorbeeld aan het raam, waar je kind soms even naar buiten kan kijken om zichzelf tot rust te laten komen. Waardoor prikkels beter verwerkt worden en het emmertje niet volledig overloopt voor het einde van de dag.
En als je niet meer weet waar je moet beginnen?
Misschien vinden jullie het lastig om te achterhalen wat er nou werkelijk speelt. Of heb je wel een idee, maar lijkt de oplossing nog niet zo gemakkelijk. Dan hoef je daar niet alleen uit te komen. Samen kunnen we kijken naar het gedrag van je kind, maar ook naar wat daaronder ligt. Naar de emoties, de omgeving en de signalen van het lichaam. Zodat je kind zich niet alleen op school goed kan gedragen, maar zich ook veilig genoeg voelt om zichzelf te zijn. Want uiteindelijk gaat het niet alleen om de vraag hoe je kind het op school doet, maar ook hoeveel energie het je kind kost om het zo te doen.



Opmerkingen